Telefoonmanieren

“Hallo met Sjors, met wie spreek ik?” Heel veel meer telefoonmanieren hoefde ik vroeger als kind niet te leren. Er was maar één telefoon in huis en op wat kattenkwaad na (telefonisch belletje trekken bij de burgemeester) was een telefoon weinig spannend. Pas later toen ik wat ouder was, kreeg de telefoon een wezenlijke rol in mijn leven. Uren bellen met vriendinnen of schaapachtige telefoongesprekken met een kalverliefde.

Hoe anders is dat voor de kinderen van tegenwoordig. Dreumesen staan al swipend voor de televisie, kleuters weten op je telefoon de weg naar filmpjes haarfijn te vinden en als ze nog wat ouder zijn, dan begint het bedelen om een eigen telefoon.

Hebben ze eenmaal die eigen telefoon dan heb je er opvoedkundig een hele nieuwe uitdaging bij. Gretig duiken ze in de wondere wereld van de mobiele telefoon, ze maken appgroepen aan alsof het een lieve lust is, Facetimen eerst nog keurig met opa en oma, om hen vervolgens in te ruilen voor simultaan gamen en bellen met vrienden. Het is mooi om te zien hoe zo’n telefoon hen zelfstandiger maakt en hoe jij opeens niet meer met ouders hoeft te appen voor speelafspraken. Ze kunnen het allemaal zelf.

Maar die zelfstandigheid is natuurlijk niet waarom ik dit verhaal de moeite waard vind. Er zit ook een ingewikkelde kant aan het telefoongebruik. Onbegrip, miscommunicatie en heftige emoties zijn geen uitzonderingen. De kans dat iemand een bericht verkeerd interpreteert is groot, de kans dat iemand zijn eerste gedachte ventileert is al niet veel geringer. Een ware voedingsbodem voor ruzie en scheve verhoudingen.

M. heeft sinds corona ook een telefoon. Het was een fijn communicatiemiddel om toch contact te houden met vriendjes. En ook al had ik mezelf voorgenomen om hem niet voor de middelbare school een telefoon te geven, ik zie toch de voordelen. Want nu kun je nog samen kijken naar wat er gebeurt in appgroepen en op sociale media. Er is nog voldoende ruimte voor een open gesprek over hoe je je online gedraagt. En dat is hoog nodig, kan ik je vertellen!

Met de start van het nieuwe schooljaar kwam ook de uitbreiding van de ‘mobiele contacten’. De klas heeft een appgroep, de vrienden hebben een appgroep. Herstel, de vrienden hebben appgroepen in verschillende samenstellingen. Voor en na schooltijd trilt en piept die telefoon alsof ieders leven er van af hangt. Ontzettend leuk natuurlijk en de grappige filmpjes of gifjes vullen regelmatig het huis met lachsalvo’s.

Tot het moment dat er gedoe ontstaat over wie beheerder mag zijn, iemand vunzige filmpjes stuurt of een klasgenoot toch zijn zelfbeheersing verliest en het achterste van zijn tong laat zien. Dan zie je hoe een kind omgaat met deze nieuwe wereld. Blijft hij dichtbij zichzelf of laat hij deze negativiteit toch heel hard binnenkomen? Laat hij zich beïnvloeden of gaat het langs hem heen?

Hier thuis hebben we inmiddels meerdere momenten per week waarin we het appverkeer bespreken. We kijken naar de berichten en vragen wat het met M. doet, maar ook waarom hij bepaalde antwoorden heeft gegeven. Want ‘Nee’ is iets anders dan ‘Nee, ik kan niet omdat…’. Langzaam maar zeker merk je dat de reacties minder krampachtig worden, de aannames genuanceerder en de communicatie duidelijker.

Als volwassene trek je hier ook weer wijze lessen uit, want bedenk jij je bijvoorbeeld weleens hoe het overkomt als je niet reageert? Je gaat er vanuit dat iemand snapt dat je het ter kennisgeving hebt aangenomen, maar is dat zo? En vraag je je weleens af of hoe direct je kunt zijn? Ben je te direct dan snoer je iemand de mond en ben je niet direct genoeg dan ettert een conversatie oeverloos door. Om nog maar te zwijgen over het gebruik van emoticons…

Wat was de wereld eenvoudig toen een telefoon nog aan een snoertje zat en alleen gebruikt kon worden waar het voor gemaakt was: bellen.

Bellen doen we nauwelijks meer, maar dankzij alle online mogelijkheden ligt de wereld met een swipe aan je voeten. En vraag je M. of hij liever zonder gedoe en dus zonder telefoon door het leven gaat, dan is zijn antwoord volmondig: Nee, zeker niet! Aan ons als ouders de schone taak om hem te helpen het leuk te houden. Grenzen verkennen, vallen, opstaan, leren en weer door. Eigenlijk precies zoals het gewone offline leven.

Honderd procent beter

Honderd procent beter! Hoera! Na bijna een halfjaar opgebrand te zijn, meldde ik me in mei weer beter. Langzaam had ik in die maanden ervoor het werk opgebouwd, keuzes gemaakt en vertrouwen teruggekregen. Tijd om weer volledig aan het werk te gaan. Dankzij Corona die ons nog aan huis gekluisterd hield, voelde het werken veilig. Ik hoefde het grote kantoor niet te betreden en kon me thuis verstoppen achter mijn laptop.

Beter melden was toch wel een mijlpaal, die vervelende periode had ik met goed gevolg afgesloten en ik kon weer als herboren aan de slag. Niemand had me echter verteld dat die veilige periode van opbouw er eentje was van zwemmen op het droge. Zodra je beter bent volgt namelijk onherroepelijk het ijskoude, diepe water. Niks geen zwembandjes of een badmeester die je aanwijzigingen geeft. En door de thuisquarantaine viel dat in eerste instantie minder op. Collega’s wisten me nog niet direct te vinden en de stressklussen had ik niet langer op mijn takenlijst staan.

Thuisquarantaine was echter een sierlijke sluier die over de werkelijkheid lag, want bij de eerste de beste complexe vraag viel de sluier af en werd de realiteit onthuld. Een groot gapend gat in de weg waar ik keihard in viel, paniek en stress overmeesterden me en ik voelde me terug in die diepe put. Hoe had ik ooit kunnen besluiten dat ik honderd procent beter was? Tegelijkertijd was de bewijsdrang groter dan ooit; ik had me beter gemeld dus ik moest vooral laten zien dat ik er nog toe deed. Had ik dan helemaal niets geleerd? Torenhoge verwachtingen had ik mezelf opgelegd en ik dreigde te bezwijken onder mijn eigen druk. Sukkel. Gelukkig durfde ik het wel bespreekbaar te maken en wat bleek? Anderen zeiden dit precies zo gevoeld te hebben en zij gaven aan dat het vooral tijd nodig had.

Waarom maken we het elkaar zo moeilijk? Waarom helpen we elkaar niet door ervaringen te delen? Die gapende gaten in de weg waren omringd door grote pijlen, die me aanspoorden er vooral wél in te vallen. Waarom kunnen wij ervaringsdeskundigen elkaar niet helpen door een afzetlint om die gaten heen te vormen?

Natuurlijk bleken de mensen gelijk te hebben; het was een kwestie van tijd en het hielp om wat minder streng te zijn. De gaten worden langzaam minder diep en bovendien zie je ze van een afstandje al aan komen. Neemt niet weg dat mijn eigen verwachtingen nog altijd veel te hoog zijn, dus er is nog genoeg werk aan de winkel. Ook dat zal met de tijd wel beter gaan. Ik hoef niet meteen een diploma voor A, B, C én reddend zwemmen. “Sjors, hoor je dat? Het hoeft niet!”

En voor iedereen die worstelt: je bent niet alleen, al voelt dat soms wel zo. Probeer iemand te vinden met wie je kunt praten en die naar je luistert. Overspannen of burned out zijn, kan iedereen overkomen. Het heeft niets te maken met of je zwak bent of onzeker en je hoeft je er al helemaal niet voor te schamen. Praat erover en je zult zien dat je je gesteund voelt door (vele) anderen. Mijn deur staat altijd voor je open.

Een foto als reminder

Zacht vloekend besloot ik toch maar die enorme, instabiele stapel zooi van de plank te trekken. Ik was in de kast op zoek naar een fotolijstje. De plank waar ik dacht het te kunnen vinden, lag echter bezaaid met spullen waar al in geen jaren naar was gekeken. Grote vellen papier, behang en karton dreigden op mijn hoofd te vallen dus ik zag het maar als een teken; zoek dit nou eens uit.

Verder lezen…

De juiste sleutel

Wat deed jij tijdens de corona thuisquarantaine? Heb jij jezelf ontwikkeld, heb jij eindelijk die boeken gelezen die je wilde lezen of heb je oeverloos genetflixt? Wat je ook hebt gedaan, het is ongetwijfeld ergens goed voor geweest.

Geen ontwikkeling doorgemaakt? Dat geeft toch niks? Kwamen misschien de muren op je af? Ik gun je dan nu vooral meer ruimte en vrijheid. En als deze voorbeelden het allemaal niet waren… dan heb je jezelf misschien wel enorm goed leren kennen, want keihard tegen de lamp lopen of een onaangename ontmoeting met de spiegel is ook ergens goed voor.

Verder lezen…

Wat zie jij?

Wij hebben de fantastische eer om een kind te laten groeien en opbloeien in deze ingewikkelde wereld. Maar één kind? Ja één kind inderdaad, niet twee of drie. Echter is het niet ‘maar één kind’. De ‘maar’ is de perceptie van anderen. De een vindt het een soort gemakzuchtige keuze, de ander trekt een iets té empathisch gezicht als de vraag wordt gesteld. Het is maar net hoe je het wilt zien.

Verder lezen…

Zwijgen

Is zwijgen hetzelfde als niks zeggen of als niet praten? Volgens mij is zwijgen veel meer dan dat, want door te zwijgen zeg je juist bewust iets niet.

Wil je proberen om niet na de eerste alinea al je oordeel klaar te hebben? Wil je proberen om wat je leest mee te nemen in jouw afwegingen om een standpunt in te nemen? Zelf heb ik dit verhaal een paar weken laten liggen zodat ik, op advies van een heel dierbaar iemand, eerst kon lezen, luisteren en leren. Wat gebeurt er in de wereld om mij heen waar ik geen weet van heb of waarvan ik me niet besef hoe abnormaal dat eigenlijk is? En dat heb ik gedaan, ik heb me opengesteld door bijvoorbeeld veel te luisteren naar verhalen en me niet om te draaien als het ongemakkelijk werd. Hoewel dit verhaal over mij gaat, gaat het niet om mij.

Verder lezen…

Geen haast, hoor!

“Rustig aan hoor mevrouw, ik heb geen haast” zei ik tegen de hoogbejaarde dame die de caissière aan de praat hield. De caissière had mij eerder verontschuldigend aangekeken, maar ik kon me er niet druk om maken. Achter mij stond niemand te wachten en ik was inmiddels gewend aan een leven in een lagere versnelling dus kon ik oprecht genieten van het gesprek over haar zus die slecht ter been was, de buurman die af en toe kwam vragen hoe het ging en nee hoor de boodschappen die bleef ze lekker zelf doen. “Anders ga ik dood van eenzaamheid, schat”. En ik kon haar geen ongelijk geven want hoeveel we ook proberen om onze kwetsbaren te beschermen, de eenzaamheid kan, net als Corona, ook levens verwoesten. Verder lezen…

Meer dan woorden alleen

Langzaam raken we allemaal bedreven in het online leven. We Facetimen en Zoomen ons de dag door. De Paasbrunch viel dankzij deze vernuftige technieken niet helemaal in het water en ook verjaardagen kunnen zo toch een beetje worden gevierd, maar de warme begroeting valt met geen enkel online tooltje te vervangen. Als dit te lang duurt, zullen we zelfs nog met weemoed terug denken aan de wangenknijpers van onze oma’s! Verder lezen…

Van iemand naar niemand

Lastig is het op dit moment voor ons allemaal. De een heeft een huis vol kinderen en probeert alle werk-, school- en huishoudballen in de lucht te houden, de ander is alleen en heeft niemand om voor te zorgen maar ook niemand om van dichtbij mee te delen. De een mist zijn werk, de ander de vriendschappen maar allemaal leren we hoe het is om achter de geraniums te belanden.

Dan verander je van iemand naar niemand. Op vrijdag was je nog een collega, een ouder, een vriend, een ZZP’er met een volle agenda en een ondernemer met een groeiende business. Op maandag ben je opeens niks van dat alles meer. Op maandag liggen dromen in duigen en worden ambities bijgesteld. Verder lezen…

Dag onschuld

Palermo 1970 spelende kinderen (Bresson)Drie weken geleden stond ik schouder aan schouder in een bomvolle ijshal ‘s werelds topschaatsers toe te juichen. We grapten nog dat als hier toch eens iemand tussen zou zitten met corona, het aantal besmettingen vanuit Friesland drastisch zou toenemen. Toen lachten we nog, toen maakten we er nog grapjes over, toen was een doemscenario nog ondenkbaar. Althans dat wilden we graag, we wilden graag dat het ondenkbaar was. We wilden graag blijven geloven in onze onaantastbaarheid. Dat virus zou ons niet bereiken, welnee en als wel? Dan zou het toch nooit zo’n vaart nemen als in China of Italië. Alsof een virus zich iets aantrekt van landsgrenzen, van rangen of standen. Toen waren we nog (bewust) naïef want stiekem wisten we het natuurlijk al wel. Verder lezen…

Support ons!


Support your local, klappen voor de zorg en bestel take-away bij je favoriete restaurant. Zoveel mooie en creatieve initiatieven ontstonden in onze eerste quarantaine week. Heel het land leek oog te hebben voor de helden maar ook voor de (economische) slachtoffers in deze vreselijke tragedie. We werden stil van de beelden uit Italië, naaiden massaal mondkapjes en spraken met één stem schande van díe hamsteraars. Verder lezen…

Langzaam maar (on)zeker


Langzaam maar zeker… vaak rollen deze woorden je mond uit zonder dat je beseft wat ze in die samenstelling betekenen. Je gebruikt het als iets een langdurig traject is en als iets niet de snelheid heeft die je zou willen. De nadruk ligt doorgaans op het woord ‘langzaam’ maar ‘zeker’ is net zo essentieel, echter krijgt dit woord veruit de minste aandacht. Want langzaam is belangrijk, het is namelijk vaak té langzaam. Wij hebben geen tijd meer om dingen langzaam te doen en zeker of niet, is niet belangrijk, we moeten namelijk door. Verder lezen…

Net zo veranderlijk als het weer

Halverwege de herfst gooide ik de werkhanddoek in de ring en nu zijn we alweer halverwege de winter. De tijd raast voorbij, al lijken herfst en winter wel erg op elkaar dit jaar. Mijn gemoed lijkt echter in niets op het vorige jaargetijde. Mijn burn-out seizoen groeit langzaam naar het voorjaar toe. In mijn hoofd is het langer licht, mijn energieniveau stijgt naar zonniger temperaturen en tijdens de fietstochten naar mijn werk voel ik vaker een zachte lentebries in de rug. Dus de betere seizoenen komen eraan!
Verder lezen…

Storm in je hoofd

Geef een storm een naam en hij mag er zijn. Een beetje zoals het label waar ik zo naar op zoek was. Heeft iets een naam dan is het van formaat, heeft iets een naam dan verdient het serieuze aandacht. Net als Ciara, de storm die Nederland in haar greep houdt. Zoals het stormt in het land, zo stormt het soms ook in mijn hoofd. Allerlei gedachten die over elkaar heen buitelen en strijden om de prijs voor de hardste windstoot, de meest onverwachte windvlaag die je van je fietst afblaast.
Verder lezen…

Burn-out of overspannen?


“Joh wat maakt het uit, je kunt niet werken en dat is toch waar het om gaat?”
Nou nee, eigenlijk heb ik behoefte aan een etiket. Want dat etiket geeft mij de legitimatie om even niet te werken, dat etiket helpt mij om de situatie te accepteren en geeft me de rust die nodig is om weer uit de put te klimmen. Bovendien praat het een stuk makkelijker, want het geeft mijn staat van zijn de juiste lading.

Dit stuk is geen klaagzang, geen schreeuw om aandacht maar ik wil je als buitenstaander meenemen in mijn zwoegende hoofd. Een hoofd dat het verlangen heeft om te snappen wat er aan de hand is. En om het te kunnen snappen, ben ik constant aan het analyseren: als dit…dan dat, zodra ik zus dan gebeurt zo, ratel ratel ratel.
Verder lezen…